haakje
/ˈhakjə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- elk van de tekens, rond of met hoeken, gebruikt in paren om woorden of getallen af te zonderen, zoals ( ) [ ]
Etymologie
*afgeleid van "haak"
Vertalingen
Engelsbracket
DuitsKlammer
Spaansbraqueto
Italiaansparentesi
Japans括弧, かっこ, kakko
Poolsnawias
Zweedsparentes
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek