h.k.h.

vrouwelijk (de)/ˌharəˈkonɪŋkləkə ˈhoxhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. titel voor niet-regerend vrouwelijk lid van een koninklijk geslacht
    Op iemand afstappen en vragen om geld: voor H.K.H. Margarita Prinses de Bourbon de Parme blijft het wennen.

Etymologie

*(afkorting) Hare Koninklijke Hoogheid