gulp

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɣɵlp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een door een strook stof afgesloten opening aan de voorzijde van een broek van de man, bedoeld om het plassen te vergemakkelijken
    Je gulp staat open!
    Daarna maakte ik gebruik van hun verbazing, schudde mijn hoofd en zei iets als dat die rechtse stoot niet veel voorstelde, draaide me snel om, sloeg mijn arm om Vleugelmoer heen, die net zijn gulp dichttrok, en leidde hem naar de uitgang.
  2. een plotseling binnenkomende straal of golf water
    Als je een gulp zeewater inslikt is dat niet lekker, maar je gaat er niet dood van.

Etymologie

* In de betekenis van ‘split in broek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1829

Vertalingen

Engelsfly, gulp
Fransbraguette, gorgée, coup