gulden
mannelijk (de)/ˈɣʏldə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (financieel) naam voor de munteenheid van Curaçao en Sint Maarten, en vroegere munteenheden in verschillende Nederlandstalige landenIn Nederland wordt niet meer met de gulden betaald.De entree bedroeg één gulden. Zeker tien keer kwam ze langs, en kocht telkens braaf een kaartje.
- (numismatiek) oorspronkelijk naam voor een gouden munt met een bepaald gewicht, later naam voor een muntstuk of bankbiljet met de waarde van 1 gulden
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "guldijn" van Oudnederlands "guldīn" dat teruggaat op *gulþīnazHet zelfstandig naamwoord is een verkorte vorm van "gulden florijn", als bijvoeglijk naamwoord is "gulden" goeddeels verdrongen door gouden. In de betekenis van ‘munt’ voor het eerst aangetroffen in 1248
Uitdrukkingen
- De gulden snede — {{wiskunde|nld
- De gulden middenweg — Een wijs en gematigd optreden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek