gruwel

mannelijk (de)/ˈxrywəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) wat afschuw opwekt
    Dit is een gruwel in de ogen van de Heer.

Etymologie

* In de betekenis van ‘afschuw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350

Vertalingen

Engelsabomination
Fransabomination
Spaansabominación