grunge
mannelijk (de)/ɡrʏntʃ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) rauw soort Amerikaanse gitaarrock die in de late jaren tachtig ontstond in Seattle in de Verenigde Staten
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘bepaald soort rockmuziek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1992
Vertalingen
Spaansgrunge
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek