woorden
boek
Start
›
G
›
grossier
grossier
mannelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
beroep
(beroep) iemand die in het groot verkoopt, een groothandelaar
Etymologie
* pseudo-Frans
Synoniemen
grossist
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← grosseren
grossierde →