woorden
boek
Start
›
G
›
grootopperhoofd
grootopperhoofd
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
(Suriname) hoofd van een gemeenschap van zwarten die uit slavernij zijn gevlucht naar het oerwoud en hun nazaten
Synoniemen
granman
gaanman
gaama
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← Grootoonk
grootopperhoofden →