grondeekhoorn
mannelijk (de)/ˈɣrɔntekhorᵊn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (knaagdieren) benaming voor verschillende soorten knaagdieren uit de geslachtengroepNooit werd er een grondeekhoorn verorberd. Hooguit namen de prairiehondjes een hapje, waarschijnlijk om te controleren of de grondeekhoorn dood was.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek