grondeekhoorn

mannelijk (de)/ˈɣrɔntekhorᵊn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. knaagdieren (knaagdieren) benaming voor verschillende soorten knaagdieren uit de geslachtengroep
    Nooit werd er een grondeekhoorn verorberd. Hooguit namen de prairiehondjes een hapje, waarschijnlijk om te controleren of de grondeekhoorn dood was.