grommelen
/ˈɣrɔmələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) steeds weer grommen, een knorrend, brommend of dof rollend geluid makenIn de verte grommelde het onweer.
- (ov) op grommende toon uitsprekenBoos grommelde hij een excuus en liep snel verder.
- (inerg) stilletjes onvrede laten blijkenEr wordt al lang gegrommeld over de lange werktijden.
Etymologie
*(freqtt) grommen ; cognaat met grummeln en grumble
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek