grommelen

/ˈɣrɔmələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) steeds weer grommen, een knorrend, brommend of dof rollend geluid maken
    In de verte grommelde het onweer.
  2. ov (ov) op grommende toon uitspreken
    Boos grommelde hij een excuus en liep snel verder.
  3. inerg (inerg) stilletjes onvrede laten blijken
    Er wordt al lang gegrommeld over de lange werktijden.

Etymologie

*(freqtt) grommen ; cognaat met grummeln en grumble