grofte
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iets dik, zwaar, of fijn is
- verdeling van korrels of schuurpapier of tanden van een zaag
- ruwheid van taalgebruik
Etymologie
* afleiding van grof
Vertalingen
Engelsseediness, bittiness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek