grijper
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- werktuig dat een voorwerp kan vastklemmen, oppakken en na vervoer weer kan loslaten het formaat kan zeer verschillend zijn van een apparaat om propjes van de grond te rapen tot een machine in de open mijnbouw die tonnen tegelijk kan grijpenOp het terrein van afvalverwerkingsbedrijf P. van der Kooij in Schiedam is woensdagmiddag brand uitgebroken. De grijper van een hijskraan vatte vlam na kortsluiting. Dat liet een woordvoerder van het bedrijf aan de Nieuwe Waterwegstraat weten.Volkskrant 9 januari 2013,
- iemand die grijpt
- hebzuchtig persoon
Etymologie
* van grijpen
Vertalingen
Engelsgripper
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek