gribus

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwvallig of onooglijk verblijf, bouwvallige woning, bouwval, rotzooi
  2. achterbuurt

Etymologie

* Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘bouwvallige woning of buurt’ voor het eerst aangetroffen in 1709