gretigheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- enthousiasme waarmee iets waarnaar verlangd is, begroet wordtDe hongerige man begon met gretigheid het voedsel op te schrokken.
Etymologie
*afgeleid van gretig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek