gratin
mannelijk (de)/ɡraˈtɛ̃/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kookkunst) gerecht dat bovenop is voorzien van een lichtbruin korstjeAlleen die ver doorgegratineerde aardappel-kaasgratin is een te grote versjteerder met die gebrande kaassmaak. Als het dan een gratin moet zijn, maak er dan een met alleen room met wat klontjes boter erop: als die gratineert krijg je een veel mooiere, beter in te passen smaak.
Etymologie
*van "gratin"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek