granito

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mix van cement en marmergranulaat dat men in gepolijste vorm gebruikt voor vloer- , trap- en aanrechtbedekking
    Terrazzo (of granito) ken je misschien uit herenhuizen en stadsappartementen. Vooral in de jaren ‘20 en ‘30 van de vorige eeuw werd de mix van cement en marmergranulaat populair als vloer- en trapbedekking. De Standaard 24/05/2019 door (wdh) [https://www.standaard.be/cnt/dmf20190524_04421387 Terrazzo in de bouw: van vloer tot kunstwerk]
    Hier had ik op een zaterdag in het voorjaar van '78 wanhopig de ene medische hulpdienst na de andere staan bellen, louter antwoordmachines oogstend, terwijl de eerste droppen helderrood bloed uit mijn broekspijp op het granito vloertje spatten: een geval van onstelpbaar gescheurde voorhuid. {{Aut|Heijden, A.F.TH. van der
    Later trekken familieleden naar Winterswijk en naar Doetinchem, om daar aan de slag te gaan. Tientallen jaren gaan de zaken voor de wind. ,,De Monasso’s maakten behalve vloeren ook granito aanrechten.” In de jaren zestig keren de kansen. Het arbeidsintensieve terrazzowerk legt het af tegen de moderne systeemkeuken. De zaken worden opgeheven. Tubantia Menno Pols 27-11-18 [https://www.tubantia.nl/achterhoek/de-terrazzowerkers-monasso-op-de-vlucht-van-bocholt-naar-aalten~a32894e6/ De terrazzowerkers Monasso: op de vlucht van Bocholt naar Aalten]

Etymologie

* uit het Italiaans

Vertalingen

Engelsgranolithic concrete, granito