grammofoon

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elektronica (elektronica) toestel waarmee geluiden die op schijven zijn vastgelegd, weergegeven kunnen worden
    Deze grammofoon kon in drie snelheden worden gezet, zodat we vanaf nu ep's en lp's en 78 toerenplaten konden draaien.

Etymologie

*afgeleid van het Griekse 'gramma' (inkrassing)

Vertalingen

Engelsphonograph, record-player
Spaansgramófono, tocadiscos