graf
onzijdig (het)/ɣrɑf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ruimte om één of meer lijken in te begravenDaarop moesten medewerkers van een begraafplaats een extra groot graf uitgraven.
- plaats waar één of meer lijken begraven liggenAlgemene graven worden minstens 10 jaar in stand gehouden.En over zijn graf werd een prachtige kerk gebouwd, die het middelpunt werd van de Nicolaasverering.
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands """ van Oudnederlands """, in de betekenis van ‘waar lijk begraven wordt’ aangetroffen vanaf 901
Vertalingen
Engelsgrave, tomb, grave
DuitsGrab, Grab
Spaanstumba, sepulcro, tumba
Poolsgrób, grobowiec, mogiła
Deensgrav, grav
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek