gospel

mannelijk (de)/ˈɡɔspəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) christelijk muziekgenre geboren in de katoenvelden van de zuidelijke staten van de Verenigde Staten van Amerika
  2. muziek (muziek) christelijk lied dat past in het genre dat is ontstaan in de katoenvelden van de zuidelijke staten van de Verenigde Staten van Amerika
zelfstandig naamwoord
  1. verzamelterm voor het bord en de stenen die worden gebruikt bij de denksport go
  2. sport (sport) beoefening van de denksport go

Etymologie

*[A] van "gospel" "evangelie", in de betekenis van ‘godsdienstig negerlied’ voor het eerst aangetroffen in 1959

Vertalingen

Engelsgospel
Spaansgospel