gort
mannelijk (de)/ɣɔrt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding), (graan) gepelde gerstDe gort werd klaargemaakt met stukjes spek.
- (voeding), (graan) gerstekorrel
Etymologie
* In de betekenis van ‘gepelde gerst’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1170
Uitdrukkingen
- Aan gort slaan — Kapotslaan
- De gort is gaar. — Er is ruzie
- Iemand van haver tot gort kennen — Iemand heel goed kennen
- Van haver tot gort vertellen — Iets helemaal vertellen
Vertalingen
Engelsgroats
DuitsGrütze
Russischкрупа
Poolskasza
Zweedsgröt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek