gording

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) houten dwarsbalk of ligger aangebracht in de lengterichting van kap of dak waarmee de zaak in verband gehouden wordt
  2. scheepvaart (scheepvaart) lopend touw waarmee men zeilen tegen hun rondhouten ophaalt, om de windvang te verminderen

Etymologie

* van gorden

Vertalingen

DuitsPfette
Spaanslarguero, plinto