gordijn

onzijdig (het)/χɔrˈdɛɪn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een doek ter afdekking van bijvoorbeeld een raam
    Door 's avonds het gordijn te sluiten komt het licht van de straatlantaarns niet naar binnen.
    Wanneer ik het gordijn een stukje openschuif, draait ze zich met veel misbaar om.
    Ik verlangde enorm naar de veiligheid van een eigen hotelkamer, waar ik kon bijkomen met de gordijnen dicht en ontspannen in een schoon bed.

Etymologie

*Van het Middelnederlandse gardîne, wat via het Oudfranse curtine is afgeleid het Laatlatijnse cortina.

Vertalingen

Engelscurtain
Fransrideau
DuitsVorhang
Spaanscortina
Zweedsgardin