gootsteen

mannelijk (de)/ˈɣotsten/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een bak, meestal ingebouwd in een aanrecht, onder een kraan en met een afvoer
    Als je in de keuken met water aan het werk bent is een gootsteen zo goed als onmisbaar.

Vertalingen

Engelssink
Fransévier
DuitsAbwaschbecken
Spaansfregadero