goog

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. deskundige op het gebied van vorming en opvoeding (pedagoog, andragoog, agoog)
    Dat bedrijf heet in het begin van het boek nog A & B maar moet herdoopt. En dat wordt ‘dus’ a-b glöbâl. Lukes legt het zo uit: het koppelstreepje wijst naar de toekomst, de â en ö symboliseren een creatieve omgang met een globaliseerde wereld. Wartaal maar heel herkenbaar voor ieder die wel eens een marketingmanager of reclame-goog een ‘rebranding’ of reclamecampagne heeft horen uitleggen.

Etymologie

* afleiding van