gon

mannelijk (de)/ɣɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meetkunde, landmeetkunde, eenheid (meetkunde), (landmeetkunde), (eenheid) 1/400e van een cirkel ofwel 1/100e van een rechte hoek: 0,9° of π/200 radiaal

Etymologie

*van "γωνία" (goonía) "hoek"

Vertalingen

Engelsgradian, grad
Fransgrade
DuitsGon
Spaansgrado centesimal