gompapier

onzijdig (het)/ˈɣɔmpɑˌpir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. papier ingewreven met gom zodat het na bevochtigen ergens aan kan vastplakken
    't Gompapier kon je bijna altijd voor niets aan 't postkantoor krijgen; daar lagen zomaar hele stroken die langs de vellen postzegels hadden gezeten, soms op de grond, soms op de lessenaars, en je mocht ze gewoon meenemen.