goesting
vrouwelijk (de)/ˈɣustɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informeel) gevoel dat men graag van iets wil gaan genietenDe school is nog maar 3 weken bezig met het project, maar merkt nu al een grote impact: “Ik merk een enorme goesting bij de kinderen”, zegt Ronsijn tevreden. “Ik merk dat er heel veel zin is om aan de slag te gaan, en dat bij een doelgroep die normaal gezien niet zo gemotiveerd is om naar school te komen en te studeren.Natuurlijk, ik hou van de verfijnde Franse keuken en de pure Nordic kookstijl vind ik interessant, maar wat me echt opwindt en de goesting aanwakkert, zijn gerechten waarin kruiden en specerijen smaakbepalend zijn.
Etymologie
*afgeleid van "goeste" "lust, zin, smaak" , mogelijk naar voorbeeld van gading. In de betekenis van ‘zin, verlangen, trek’ aangetroffen vanaf 1653
Uitdrukkingen
- goesting of geen goesting
Vertalingen
Engelsdesire, appetite
Fransenvie
DuitsLust
Spaansganas
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek