goedmaker

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets waarmee je probeert een niet terug te draaien fout te compenseren
    Bij de wijn aarzelde hij. Hij keek om zich heen en liet snel drie mooie flessen rood in zijn mandje glijden. Nu er op hem werd gelet kon dat verkeerd worden uitgelegd. Hij drapeerde een netje mandarijnen over de flessen. Geen doordeweekse wijn, dat zou Esther niet accepteren als goedmaker. Hij kende haar langer dan vandaag.Anna Levander Morten De Morten Trilogie deel 1 {{ISBN|9789021455891

Etymologie

* van goedmaken