goedheid
vrouwelijk (de)/ˈɣuthɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de hoedanigheid van het goed zijnDe innerlijke goedheid van de mens.
Etymologie
*Afgeleid van goed .
Vertalingen
Engelsgoodness
Fransbonté
DuitsGüte
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*Afgeleid van goed .