godswonder

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een wonder dat aan de tussenkomst van een opperwezen wordt toegeschreven
  2. een (zeer) positieve ontwikkeling die totaal niet in de verwachting lag
    In Elza's tijd ging de verpleging over álles. Tegenwoordig knippen ze de taken op, dat zou efficiënter zijn, en goedkoper. Het is een godswonder dat er in deze tijd überhaupt kinderen kiezen voor de verpleging, al zijn het er volgens de kranten te weinig.
    Godswonder dat er niemand een schrammetje heeft opgelopen'