godshuis

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) gebouw waarin godsdienstoefeningen plaatsvinden
    Maar wij hebben steeds meer energie gestoken in het rationeel doorgronden van natuurlijke gebeurtenissen: er zijn geen voortekenen of openbaringen meer, geen vloeken of profetieën; onze toekomst zal niet in godshuizen maar in laboratoria worden ontsluierd.

Vertalingen

Engelstemple
Spaansiglesia, templo