godsdienstigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin men godsdienstige gevoelens heeft1 - Secularisatie De moderniteit wordt misschien wel het meest gekenmerkt door de teloorgang van godsdienstigheid - het verdwijnen van een geloof in de bemoeienis van goddelijke krachten met aardse zaken.
Etymologie
* afleiding van godsdienstig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek