godheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) een hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheidEen afbeelding van een godheid.
- (figuurlijk) een expert op een bepaald gebiedHij is een godheid op het gebied van hogere wiskunde.
Etymologie
*Afgeleid van god .
Vertalingen
Engelsdeity, divinity
Fransdéité, dieu, divinité
DuitsGottheit
Spaansdivinidad, deidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek