gocart

mannelijk (de)/ˈɡokɑrt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleine racewagen
    "Beste Google-baas", begon haar schattige 'sollicitatie'. "Mijn naam is Chloe en als ik groter ben, zou ik graag een baan bij Google willen. Ik wil ook in een chocoladefabriek werken en zwemmen op de Olympische Spelen. Mijn vader zei dat ik bij Google op een zitzak kan werken, van de glijbaan kan gaan en met de gocart kan rijden." Tubantia 16 februari 2017 [https://www.tubantia.nl/buitenland/7-jarig-meisje-solliciteert-bij-google-en-krijgt-persoonlijk-antwoord-van-ceo~a36a89dd/ 7-jarig meisje solliciteert bij Google en krijgt persoonlijk antwoord van CEO]
    Hij leerde de footbike vijftien jaar geleden kennen toen hij op de zeedijk een gocart ging huren voor zijn zoontje. "Ze hadden ook een step, met wielen als van een koersfiets, en die wou ik wel eens proberen." Sindsdien schreef hij twee boeken over het ding, reed hij de Ronde van Vlaanderen met zijn step en werd hij dus wereldkampioen. "De step wordt nog altijd beschouwd als kinderspeelgoed. Dat is een grote denkfout. De stepsport is een volwaardige duursport." De Standaard 25 juli 2018 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20180725_03631068 We zijn dan toch wereldkampioen]

Etymologie

* uit het Engels