gnosis
vrouwelijk (de)/ˈɣnozɪs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) de diepere kennis aangaande de godsdienstige waarheden
Etymologie
* Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘diepere kennis m.b.t. godsdienstige waarheden’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Vertalingen
Spaansgnosticismo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek