woorden
boek
Start
›
G
›
gluiperd
gluiperd
mannelijk (de)
/ˈɣlœypərt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
scheldwoord
(scheldwoord) iemand die gluipt (slinkse streken uithaalt, vals is en/of huichelachtig kijkt)
Etymologie
* van gluipen
Synoniemen
geniepigerd
huichelaar
gluiper
gluipzak
vals iemand
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← gluiper
gluiperds →