globetrotter
mannelijk (de)/ˈɣlobəˌtrɔtər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die graag en veel reistDe bereikbaarheid van verre bestemmingen hebben van Pieter Spa en Koen Verklat en echtgenote nog geen kosmopolieten of globetrotters gemaakt.Nina Geerdink, Jos Joosten, Johan Oosterman De Leeslijst 2015 pagina 178Arts en globetrotter Floris van den Berg overwintert op de Zuidpool. Zijn missie: langdurig onderzoek doen onder extreme omstandigheden. Voor als het nog eens tot die bemande ruimtereis naar Mars komt.Volkskrant Govert Schilling 12 februari 2016
Etymologie
*uit het Engels afgeleid van globe en het Oudfranse troter (draven, lopen)
Vertalingen
Engelsglobetrotter
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek