glibberen
//
Betekenis
werkwoord
- (erga) met onvaste bewegingen in een bepaalde glijden, langs of met een oppervlak dat door vocht glad isDe voetballer was door de modder geglibberd, maar wist toch een doelpunt te maken.De regenworm glibbert door het zand.Glibberend over de slijmerige stenen probeerde ik haar bevel op te volgen. Ík ben Agnes, het nieuwe wasmeisje.'
- (inerg) zonder richting onvaste glijdende bewegingen makenEr werd die middag veel geglibberd en vaak vielen ze ook in de modder.
Etymologie
*(freqtt) glippen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek