glibberen

//

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) met onvaste bewegingen in een bepaalde glijden, langs of met een oppervlak dat door vocht glad is
    De voetballer was door de modder geglibberd, maar wist toch een doelpunt te maken.
    De regenworm glibbert door het zand.
    Glibberend over de slijmerige stenen probeerde ik haar bevel op te volgen. Ík ben Agnes, het nieuwe wasmeisje.'
  2. inerg (inerg) zonder richting onvaste glijdende bewegingen maken
    Er werd die middag veel geglibberd en vaak vielen ze ook in de modder.

Etymologie

*(freqtt) glippen