gletsjer

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. glaciologie (glaciologie) een ijsmassa die gevormd wordt op land en dik en groot genoeg is om bergafwaarts te stromen
    Beneden aan de gletsjer was er een meer ontstaan.
    Een jonge poolvos heeft Noorse onderzoekers versteld doen staan met een zeer lange én snelle wandeling. Het dier liep - over land, gletsjers en zee-ijs - van Noorwegen naar Canada en legde de in totaal 3.506 kilometer af in 76 dagen. ,,We konden onze ogen niet geloven.” Tubantia Kees Graafland 02-07-19 [https://www.tubantia.nl/wetenschap/poolvos-doet-het-onmogelijke-loopt-in-recordtijd-van-noorwegen-naar-canada~a139aa4d/ Poolvos doet het onmogelijke: loopt in recordtijd van Noorwegen naar Canada]
    Ik liep langs vele gletsjers die de afgelopen honderd jaar voor meer dan de helft waren geslonken.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘ijsstroom’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1780

Vertalingen

Engelsglacier
Fransglacier
DuitsGletscher
Spaansglaciar
Italiaansghiacciaio