glaucoom
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) een aandoening waarbij een verhoging van de druk in de oogbol onbehandeld tot gezichtsvelduitval en uiteindelijk tot blindheid leidtLijdt hij aan een glaucoom?
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘groene staar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1720
Vertalingen
Engelsglaucoma
Fransglaucome
DuitsGlaukom, grüner Star
Spaansglaucoma
Italiaansglaucoma
Portugeesglaucoma
Russischглаукома
Chinees青光眼
Japans緑内障
Koreaans녹내장
Arabischزرق
Turksglokom
Poolsjaskra
Zweedsglaukom
Deensgrøn stær, glaukom
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek