glasblaas

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɣlɑzblas/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bel van door verhitting zacht glas die door een glasblazer wordt bewerkt
    Langhalzige flessen in de ijsglastechniek (waarbij de hete glasblaas in een bak koud water ”schrikt' en in een grillig patroon barst) en kalebasvormige schalen met subtiele verticale ribben en dat alles in de schitterendste kleuren of in blank, iriserend glas, hebben Copier voor eens en voor altijd grote internationale erkenning bezorgd.

Etymologie

* van glasblazen, ook op te vatten als