giro

mannelijk (de)/ˈɣiro/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. financieel, economie (financieel), (economie), betaalsysteem vergelijkbaar met een bank
  2. aanduiding voor de wielerronde van Italië

Etymologie

* Leenwoord uit het Italiaans "giro" 'ronde, rondgang', 'geldhandel voor transacties' (via het Duits), in het Nederlands in de betekenis van ‘overschrijving’ aangetroffen vanaf 1734 . Giro dankt zijn huidige Nederlandse (en Duitse) betekenis aan de Venetiaanse betalingsinstituties uit de tweede helft van de 16e eeuw, o.m. Officio del giro delle biave ‘kantoor voor de betaling van het graan’ en, later de Banco del Giro (gesticht in 1619) Italiaans "giro" is ontwikkeld uit laat-Latijn "gyrus", "girus", "gurus" "rondgang, kring(loop)" van "γυρός" (gurós) "gebogen, rond", "γύρος" (gurós) "kring"