giraffenhals

mannelijk (de)/ʒiˈrɑfə(n)ˌhɑls/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kenmerkend, zeer langgerekt lichaamsdeel dat de verbinding vormt tussen de kop en de romp van de grote Afrikaanse herkauwer
    Toch blijft de giraffenhals een heerlijk leerzaam verschijnsel voor de darwinistische evolutie.
    Het is alsof de tekenaar het horizontale rotsvlak als een stuk papier telkens een slag heeft gedraaid en opnieuw een giraf heeft getekend. De giraffenhalzen kruisen elkaar midden op het vlak.
  2. figuurlijk, anatomie (figuurlijk) (anatomie) opvallend lange verbinding tussen hoofd en romp bij een mens
    Zijn giraffenhals stak uit boven een smal boordje, met zwart strikdasje.

Etymologie

* De uitspraakvariant giraffe geldt niet als uitgangspunt voor samenstellingen en afleidingen