gin

mannelijk (de)/dʒɪn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. drinken (drinken) soort (Britse) jenever
    Hou jij ook van een glas gin?

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels. In de betekenis van ‘jeneverachtige drank’ (tevens hiermee etymologisch verwant) voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847. In de betekenis van ‘fizzcocktail met gin’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1974.

Vertalingen

Engelsgin
Fransgin
DuitsGin
Spaansginebra