gillen

/ˈɣɪlə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. een harde schelle ongearticuleerde uitroep slaken
    Hij gilde toen hij in het ravijn viel.
  2. in schuine richting afzagen of afsnijden

Etymologie

* In de betekenis van ‘schel schreeuwen’ voor het eerst aangetroffen in 1588

Vertalingen

Engelsscream, yell
Franspousser des cris perçants
Duitsschreien
Spaanschillar, gritar, aullar