gildebestuur
onzijdig (het)/ˈɣɪldəbəˌstyr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- groep leden die is aangewezen als leiding van de beroepsorganisatie van alle personen in een plaats die een bepaald vak uitoefenenAls apotheker leerde je het vak in de praktijk. Dat duurde een jaar of zes. Je begon als een soort krullenjongen, en klom dan op. In de gildes ging dat heel gedegen en was alles gereguleerd. Een gezel ging van meester naar meester, en tot slot kwam de meesterproef. Ten overstaande van het gildebestuur moesten gezellen uit de inhoud van een simpliciakast een medicijn samenstellen, met precies de goede hoeveelheden.De Belgische zee-, rivier- en kanaalloodsen hebben besloten voor onbepaalde tijd geen dienst meer te doen tussen negen uur 's avonds en zes uur 's morgens. Met deze actie willen de loodsen bereiken dat meer aandacht besteed wordt aan hun eis om op zestigjarige leeftijd gepensioneerd te worden. Zij schaarden zich in Antwerpen massaal achter hun gildebestuur dat een actieplan heeft ontworpen.
Etymologie
*, geschreven zonder tussen-n volgens , omdat "gilde" ook een meervoud op -s heeft (gildes)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek