gieter
mannelijk (de)/ˈɣitə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een soort emmer met sproeibuis om de planten te begieten
Etymologie
* van gieten
Vertalingen
Engelswatering can
Fransarrosoir
DuitsGießkanne
Spaansregadera
Italiaansannaffiatoio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek