gieren
/ˈɣirə(n)/
Betekenis
werkwoord
- een fluitend geluid maken, door een harde wind of krachtige ademhalingBuiten giert de wind door de takken.Frédéric Talbi haalt het wel, al gieren de longen lang na.Toen ik voor de laatste keer mijn tent in de gierende wind en sneeuw opzette, trok ik al mijn natte kleren uit en kroop naakt mijn slaapzak in om weer op temperatuur te komen.
- hard lachenHij giert van het lachen.
- heel snel rond gaanIk voelde de adrenaline door mijn lichaam gieren.Zenuwen gieren door mijn keel.De adrenaline gierde door mijn lijf omdat, na meer dan een jaar voorbereiding, mijn trektocht van Mexico naar Canada eindelijk begon.
- (luchtvaart) een draaiende beweging rond de verticale as maken.
- (scheepvaart) een draaiende beweging rond de verticale as maken.
Etymologie
* In de betekenis van ‘heen en weer gaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1627
Uitdrukkingen
- lachen, gieren en brullen geblazen
Vertalingen
Engelsyaw
Russischрыскание
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek