gezondheidscentrum
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gebouw waarin verschillende medische voorzieningen gehuisvest zijn... ik meende dat ik een boomtop blauw zag branden, vonken die zich vermengden met de plensregen, maar misschien verbeeldde ik me dat maar, want ik had moeite Mordecai bij te houden die het laatste stukje naar de haven een sprintje trok om snel beschutting te zoeken onder het afdak van het gezondheidscentrum waar we ten slotte op een bankje neerploften en uithijgden.
- organisatie die op een centraal niveau de volksgezondheid monitortOp de nieuwste coronakaart van het Europees gezondheidscentrum ECDC, die de afgelopen dag werd vernieuwd, kleuren de volgende landen dieprood: Estland, Letland, Litouwen, Roemenië en grote delen van Slowakije en Bulgarije. Ook in bijvoorbeeld Nederland, Duitsland, Tsjechië, Ierland, België en Finland is het aantal besmettingen volgens het ECDC zorgwekkend.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek