gezelligheid
vrouwelijk (de)/ɣəˈzɛləxhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het gezellig samen zijnBedankt voor de gezelligheid.Niet alleen het gebrek aan water was totaal nieuw voor me, ook het helemaal alleen zijn was me – in 43 jaar – nog niet heel vaak overkomen, aangezien ik altijd naar mensen en gezelligheid toe trok.
- een aangename atmosfeer of omgevingWat een gezelligheid hier!
Etymologie
*Afgeleid van gezellig .
Uitdrukkingen
- Als het gezellig is, mag het best wat later worden.
Vertalingen
Engelssociability, cosiness, snugness
Fransintimité, ambiente, ambiance
DuitsGeselligkeit, Gemütlichkeit
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek